Gepost op

>Muziekcentrum van de Omroep onder vuur

>Nou dacht ik dat ik helemaal niet over nieuws zou bloggen toen ik begon, maar juist over tijdloze dingen als de muziek van Verdi, filosofie rondom muziek en dergelijke. Maar er gebeurt zo veel nu. Zoals een feest met muziek die wordt beïnvloed door kosmische straling www.cosmicsensation.nl. Maar dat nieuws wordt in het geheel overschaduwd door het concept regeerakkoord waarin 200 miljoen op de kunsten wordt bezuinigd. De meest directe bedreiging voor de klassieke muziek komt echter uit een andere bezuiniging: bij de omroep verdwijnt het Muziekcentrum van de Omroep volgens de plannen.

Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Albert van Raalte – januari 1949

Ruim 40.000 mensen ondertekenden inmiddels de petitie waar ik in mijn vorige blog over schreef. Want op kunst en cultuur hoor je niet te bezuinigen.

Iedereen wacht met spanning de reactie van het CDA af, maar in het nieuws hoor je niet zoveel over de cultuurbezuinigingen. En dat zie je vaker gebeuren. De cultuurbezuinigingen worden overschaduwd door ‘belangrijker’ nieuws dat een groter publiek betreft. De zorg, veiligheid en onderwijs en sinds kort is daar de immigratie bij gekomen.

Maar hoe erg is het nu dat het Radio Filharmonisch Orkest, de Radio Kamer Filharmonie, het Metropole Orkest, het Groot Omroepkoor en de Muziekbibliotheek van de Omroep dreigen te verdwijnen? Waarom is het erg?

Wat zijn de argumenten?

Op de website van het MCO reageert iemand volgens een veel gebruikte gedachte:

“Het MCO mag niet verdwijnen. Alleen al het Metropole Orkest vertegenwoordigd meer dan 70 jaar Nederlandse muziekgeschiedenis en is uniek in de wereld.”

Dus: het is oud, dus het mag niet verdwijnen. Hoewel je het argument vaak hoort, is het volgens mij niet valide. Bij een historisch bouwwerk, of schilderkunst kun je dat argument wel gebruiken. Met de sloop van historische gebouwen ontneem je toekomstige generaties de kans om ‘live’ een kunstwerk te bekijken dat een verhaal vertelt over het leven in tijdsperiode X. Maar het Metropool Orkest van nu, is niet hetzelfde orkest als dat van 2009, of 2000 of nog ouder. Live muziek is klank die hooguit een paar seconden fysiek aanwezig is en zich dan nestelt in de geheugens van het publiek, of tegenwoordig op een medium om het te reproduceren.

Het gaat mij niet om de vraag hoeveel orkesten Nederland zou moeten hebben, of hoeveel de overheid aan cultuur zou moeten besteden. Dat is een heel andere discussie. Mijn vraag is of het hebben van omroepmusici nog wel van deze tijd is. Wederom: wat zijn de argumenten?

De argumenten tot afschaffing zijn tot nu toe ook nog schaars: er moet bezuinigd worden. Eerder in september was er al een discussie over het bestaansrecht van de omroeporkesten. Manager van het RFO en RKF Kees van Dijk reageerde op een artikel in De Volkskrant waarin de kritiek stond dat het repertoire te weinig onderscheidend zou zijn geworden als volgt: “Repertoire analyses van de afgelopen jaren nl laten zien dat onze ensembles nu juist wel veel meer dan andere orkesten eigentijds en weinig gespeeld repertoire uitvoeren.” Ook chef-dirigent van het RFO reageert in vergelijkbare bewoordingen. Het probleem hiervan is dat ze zich in hun verdediging het vocabulaire van de overheid gebruiken. Ze hebben zich te veel naar overheidsprincipes gevormd. Want moet een orkest persé onderscheidend repertoire spelen? Is dat een intrinsieke kwaliteit van een orkest? Nee, het is een voorwaarde voor overheidssubsidie geworden in de loop van de tijd. Als de overheid nu de spelregels verandert waar het op lijkt, sta je als orkest opeens met lege handen: de keuze van het repertoire is niet meer belangrijk, de kosten zijn gewoon te hoog. En daar doe je met je repertoire argumenten niets aan. Daarmee heb je je in een hoek laten drukken waar je moeilijk nog uitkomt.

Wat zijn dan wel de argumenten:

Ik zou zeggen dat je je niet moet laten verleiden door te reageren in overheidsjargon zoals repertoirespreiding, geografische spreiding, publieksbereik etcetera. Het belangrijkste argument lijkt me om te overtuigen dat je gewoon steengoed bent en niet dat je een compositie speelt die geen ander orkest speelt.

Kortom ik wacht met spanning op een discussie op basis van de juiste argumenten. Interessant hierbij is een nieuw initiatief genaamd ‘Muziek Telt’ waarin alle overheidsinstanties die specialist zijn op het gebied van muziek aangeven dat muziek HEEL BELANGRIJK is. Zoals: Muziek Centrum Nederland, het Conservatorium van Amsterdam, de Raad voor Cultuur, Kunstfactuur, het Fonds voor Cultuurparticipatie en de Kunstconnectie. Hoe kan zo’n initiatief starten vanuit de overheidsinstanties terwijl de regering gaat bezuinigen op muziek? Dát is een interessante discussie.

Hiermee heb ik voor de komende tijd wel weer voldoende over kunstpolitiek geschreven en is het tijd voor muziek. Of, zoals René Boomkens ooit schreef:

Vergeet eventjes al die subsidie, vergeet het eindeloze gelobby, vergeet die onderonsjes met de intendant, met de galeriehouder, vergeet dat de dirigent bij de criticus in de straat woont, vergeet het ministerie van OCW, vergeet “de wereldjes” en “de circuits”, vergeet media als radio en televisie – en luister nu even naar deze ene, volslagen unieke artistieke prestatie! 
De Gids 162, 1999: 208.

 Eerste deel uit Beethovens tweede symfonie. Radio Filharmonisch Orkest olv Jaap van Zweden.


___
www.muziektelt.nl

Geef een reactie