Gepost op

>Adel Abidin – Jihad

>Tentoonstelling ¡Patria o Libertad!
Over vaderlandsliefde, immigratie en hedendaags populisme
Cobra Museum Amstelveen (t/m 8-5-2011)

Als ik een tentoonstelling bezoek, ben ik toch altijd vrij snel op zoek naar een relatie met muziek. In het Cobra Museum was er keus genoeg. Een tentoonstelling over vaderlandsliefde verzamelt kennelijk veel videokunst. En waar video is, is toch bijna altijd ook wel geluid.

Mij viel het werk Jihad van Adel Abidin het meest op. Laat ik beginnen met een fragment van het bordje naast de video en de video zelf:

Adel Abidin
‘Jihad’, 2006, video, 3.27
De Irakees-Finse kunstaar Adel Abidin (1973, Bagdad) toont een variatie op een maar al te bekend beeld in de media: een islamitische terrorist die een videoboodschap heeft opgenomen […]

Het is een werk onmiskenbaar samenhangt met onze huidige tijd, zoals elke kunstenaar gebonden is aan zijn eigen leefomgeving. Geen enkele generatie voor ons heeft zulke sterke associaties met bovenstaand beeld als wij. De terroristische uitstraling in combinatie met het lied “This Land is Your Land” (, this land is my land) zet je als kijker en luisteraar aan het denken.

Het doet mij denken aan het

Michael Jackson and Bubbles (1988, porselein).
Michael Jackson and Bubbles (1988, porselein).

theaterstuk Jeff Koons van Rainald Goetz. Met deze titel haalt Goetz een hele lading associaties op uit het geheugen van de toeschouwer. Zoals het porseleine beeldje van Michael Jackson met zijn aap Bubbles. (En dat beeld roept op zichzelf al weer een hele wereld aan associaties op).

De associaties die hier opgeroepen worden door de termen “Jeff Koons”, “Michael Jackson” of in het geval van Abidins werk “Jihad”, zijn sterk tijdsgebonden. Internationaal terrorisme is onlosmakelijk met onze tijd verbonden. Vroeger zou een kunstenaar ‘de Russen’ gebruikt hebben; het ongrijpbare gevaar dat steeds aanwezig is, zonder dat je nu precies door hebt over wie het gaat.

Maar nu de muziek: dit werk kennen we van Woody Guthrie. Hij schreef het zo’n 70 jaar geleden op basis van een gospel melodie: “Oh, My Loving Brother”.

De vraag die nu bij mij opkomt: wanneer wordt deze melodie kunstmuziek? Een muzikale analyse van een wereldbekend gospel lied, kom je niet zo vaak tegen in een muziekwetenschappelijke verhandeling. Ook latere versies van de melodie door bijvoorbeeld de Carter Family en Woody Guthrie, worden nog niet gezien als ‘klassieke muziek’. Toch is deze muziek nu in een museum te horen. Maar heeft het alleen maar de functie om bij de toehoorder weer een set associaties naar boven te halen? Of is deze melodie bezig aan een opmars richting klassieke canon?

Is het mogelijk dat deze muziek nu in de canon wordt opgenomen en wat zou dan de reden daarvoor zijn? Wordt vervolgd…

Geef een reactie